Dit hoofdstuk behandelt de regelgeving, internationale organisaties, procedures en afspraken die gelden voor radiozendamateurs. Kennis hiervan is essentieel voor het examen en voor de praktijk. Zendamateurisme is een wereldwijde hobby waarbij je verbindingen kunt maken met amateurs over de hele wereld. Om dit ordelijk te laten verlopen, zijn er internationale afspraken gemaakt over frequentiegebruik, identificatie en gedragsregels.
De ITU is een onderdeel van de Verenigde Naties en regelt wereldwijd het radiospectrum. De ITU bestaat sinds de 19e eeuw en heeft inmiddels zo'n 160 aangesloten landen. Voor de amateurdienst zijn twee documenten belangrijk:
De ITU verdeelt de wereld in drie regio's omdat frequentietoewijzingen per regio kunnen verschillen:
| Regio | Gebied |
|---|---|
| Regio 1 | Europa, Afrika, Rusland, Midden-Oosten |
| Regio 2 | Noord- en Zuid-Amerika |
| Regio 3 | Azië (excl. Rusland), Australië, Oceanië |
De CEPT is een Europese organisatie met 48 aangesloten landen (situatie 2024) die aanbevelingen doet voor telecommunicatie. De organisatie bestaat sinds 1959 en werd opgericht voor coordinatie tussen postdiensten en telecommunicatiemaatschappijen in Europa. Historisch viel de amateurdienst in Nederland onder het Staatsbedrijf der Posterijen, Telegrafie en Telefonie (PTT).
Belangrijke aanbevelingen voor zendamateurs:
De IARU is de internationale belangenorganisatie van radiozendamateurs en vertegenwoordigt de amateurwereld in de ITU met de status van waarnemer bij regionale en wereldwijde radioconferenties. Per ITU-regio is er een IARU-organisatie. De meeste landen zijn via een nationale amateurvereniging aangesloten bij de IARU.
De IARU stelt bandplannen op: vrijwillige afspraken over welke frequenties voor welke modes worden gebruikt. Deze afspraken zijn bedoeld om onderlinge storing in het amateurverkeer zoveel mogelijk te voorkomen. Hoewel bandplannen formeel de status van aanbeveling hebben, worden ze in de praktijk als verplicht gezien en houden nagenoeg alle amateurs zich eraan.
HAREC is geen organisatie maar een Europese standaard voor het examenniveau van de volwaardige (F-)klasse. Het programma is in 1991 ingevoerd met als doel de technische examenstof voor zendamateurs in verschillende landen gelijk te trekken. Landen die HAREC-examens afnemen, erkennen elkaars certificaten. Dit betekent dat een amateur die in een aangesloten land geslaagd is, in een ander aangesloten land een volwaardige registratie kan krijgen zonder opnieuw examen te hoeven doen. Het Nederlandse F-examen voldoet aan HAREC.
De officiële definitie staat in ITU Artikel S1.56:
Kernpunten uit deze definitie:
Artikel S25 van de ITU Radio Regulations bevat de regels voor de amateurdienst. De belangrijkste bepalingen:
| Artikel | Inhoud |
|---|---|
| 25.1 | Internationale verbindingen tussen amateurs zijn toegestaan, tenzij een land bezwaar maakt |
| 25.2 | Verbindingen zijn beperkt tot zaken eigen aan de amateurdienst en persoonlijke opmerkingen |
| 25.2A | Geheimtaal en versleuteling zijn verboden (uitzondering: satellietbesturing) |
| 25.3 | Communicatie voor derden alleen bij nood/rampen, als de overheid dit toestaat |
| 25.5 | Landen bepalen zelf of morse-examen vereist is (in Nederland afgeschaft, maar in sommige andere landen niet) |
| 25.6 | Landen moeten technische bekwaamheid toetsen (→ examen) |
| 25.7 | Landen moeten maximaal zendvermogen vastleggen |
| 25.9 | Roepletters moeten met korte tussenpozen worden vermeld |
| 25.9A | Landen worden aangemoedigd noodcommunicatie voor te bereiden (in Nederland: DARES) |
| 25.9B | Landen bepalen zelf of buitenlandse amateurs mogen zenden |
Nederland heeft de letterserie PAA tot PIZ toegewezen gekregen van de ITU voor het aanduiden met roepletters van Nederlandse radiostations, zoals voor scheepvaart, luchtvaart en radiozendamateurs. Voor de amateurdienst wordt PA t/m PI gebruikt, gevolgd door een cijfer.
| Prefix | Betekenis |
|---|---|
| PA, PB, PC, PE, PF, PG, PH | Individuele amateurs (F-registratie) |
| PD | Novice-klasse (N-registratie) |
| PI | Clubs, verenigingen, specifieke experimenten en onderwijsinstellingen |
| PJ | Caraibisch Nederland |
Na de prefix volgt een suffix van 1, 2 of 3 letters. Alleen voor bijzondere evenementen kunnen tijdelijk langere suffixen worden gebruikt. Voorbeelden: PA3ABC, PD0XYZ, PE1AB.
Uitgesloten combinaties:
Prefix en suffix achter elkaar vormen de roepletters (onder zendamateurs de "call" genoemd). PE1ABC is een geldige call, maar PE1QTH zul je door de uitsluitingen nooit tegenkomen.
Buitenlandse amateurs met een CEPT-vergunning gebruiken hun eigen roepletters, voorafgegaan door:
Q-codes zijn internationale afkortingen die oorspronkelijk voor morse zijn ontwikkeld. Het nut van deze afkortingen is dat veel voorkomende soorten informatie met weinig lettertekens kunnen worden overgebracht. De codes hebben internationale status omdat ze onder ITU-afspraken vallen. Ze worden ook in spraakverbindingen gebruikt. Een Q-code heeft altijd 3 letters waarvan de eerste steeds een Q is. De codes QRA t/m QUZ zijn internationaal gestandaardiseerd voor de Amateurdienst.
| Q-code | Als vraag | Als antwoord/mededeling |
|---|---|---|
| QRK | Hoe is mijn leesbaarheid? | Je leesbaarheid is... (1-5) |
| QRM | Heb je last van storing? | Ik heb last van storing (van andere stations) |
| QRN | Heb je last van ruis? | Ik heb last van ruis (atmosferisch) |
| QRO | Moet ik vermogen verhogen? | Verhoog je vermogen |
| QRP | Moet ik vermogen verlagen? | Verlaag je vermogen / Ik zend met laag vermogen |
| QRT | Moet ik stoppen met zenden? | Stop met zenden / Ik stop |
| QRV | Ben je gereed? | Ik ben gereed |
| QRX | Wanneer roep je terug? | Ik roep je terug om... uur |
| QRZ | Wie roept mij? | Je wordt geroepen door... |
| QSB | Varieert mijn signaal? | Je signaal varieert (fading) |
| QSL | Kun je bevestigen? | Ik bevestig / QSL-kaart |
| QSO | Kun je verbinding maken? | Verbinding / Contact |
| QSY | Moet ik van frequentie wisselen? | Wissel naar frequentie... |
| QTH | Wat is je locatie? | Mijn locatie is... |
In spraakverbindingen krijgen Q-codes soms een andere grammaticale functie, meestal als zelfstandig naamwoord. Voorbeelden: "Ik ontvang je met QRM"; "Ik werk met QRP" (klein vermogen); "Ik ga QRT" (ik stop ermee); "Heb je met dat station een QSO gemaakt?"
Naast Q-codes zijn er afkortingen die specifiek in de amateurdienst worden gebruikt. Deze amateurafkortingen hebben een vergelijkbare functie als Q-codes: een station kan snel iets duidelijk maken zonder lange woorden. Het verschil is dat ze niet in internationale overeenkomsten zijn vastgelegd. Ze komen grotendeels uit de morse-telegrafie en worden ook gebruikt in digitale tekstverbindingen.
| Afkorting | Betekenis |
|---|---|
| AR | Einde van de uitzending (Au revoir, Frans voor: tot ziens) |
| BK | Break / Onderbreking (voor tussendoor reageren) |
| CQ | Algemene oproep ("Seek You" - klinkt in het Engels als "seek you") |
| CW | Continuous Wave (morse) - ongemoduleerde draaggolf |
| DE | "Van" (dit is roepletters...) - Frans woord "de" wat "van" betekent. Let op: gebruik als Nederlands lidwoord ("de PA7XYZ") is onjuist. |
| K | Uitnodiging tot zenden ("Kom") |
| RST | Seinrapport (Readability, Strength, Tone) |
| SK | Einde van verbinding / Silent Key (wordt ook gebruikt om het overlijden van een amateur aan te geven) |
| TX | Zender (Transmitter) |
| RX | Ontvanger (Receiver) |
| TRX | Zendontvanger (Transceiver) |
Het RST-systeem wordt gebruikt om de kwaliteit van een signaal te rapporteren. Bij elke verbinding hoort een uitwisseling van ontvangstrapporten. Bij een "toontjesverbinding" zoals CW, RTTY of PSK is dat een RST-rapport. Voor spraakverbindingen vervalt de T en bestaat een ontvangstrapport uit twee cijfers (RS).
| R | Betekenis |
|---|---|
| 1 | Onleesbaar (onneembaar) |
| 2 | Nauwelijks leesbaar (nu en dan neembaar) |
| 3 | Moeilijk leesbaar (met moeite neembaar) |
| 4 | Leesbaar met enige moeite (neembaar) |
| 5 | Perfect leesbaar (uitstekend neembaar) |
| S | Betekenis |
|---|---|
| 1 | Nauwelijks waarneembaar |
| 2-3 | Zeer zwak |
| 4-5 | Zwak tot vrij goed |
| 6-7 | Goed tot tamelijk sterk |
| 8 | Sterk |
| 9 | Zeer sterk |
De T-waarde (1-9) geeft de kwaliteit van de morsetoon aan. T9 is een zuivere, strakke toon, lagere waarden geven brommen, fluiten of vervorming aan. T1 is een zeer ruwe en sissende toon.
Om verwarring te voorkomen gebruiken amateurs het ICAO/NATO spellingsalfabet. Het Nederlandse spellingsalfabet (Anna, Bernard, Cornelis, Dirk, enz.) is internationaal onbruikbaar - dat geldt voor alle nationale spellingsalfabetten. Daarom wordt bij spraakverbindingen wereldwijd gebruik gemaakt van het internationale spellingsalfabet:
| A - Alfa | B - Bravo | C - Charlie | D - Delta |
| E - Echo | F - Foxtrot | G - Golf | H - Hotel |
| I - India | J - Juliet | K - Kilo | L - Lima |
| M - Mike | N - November | O - Oscar | P - Papa |
| Q - Quebec | R - Romeo | S - Sierra | T - Tango |
| U - Uniform | V - Victor | W - Whiskey | X - X-ray |
| Y - Yankee | Z - Zulu | ||
Bij ontvangst van een noodsignaal: stop andere communicatie, stoor in geen geval lopend noodverkeer, en bied indien mogelijk hulp. Informeer indien nodig de bevoegde instanties (zoals 112) en geef zoveel mogelijk opgevangen informatie door.
Let op: Het uitzenden of heruitzenden van valse noodsignalen is verboden en strafbaar!
In de amateurdienst wordt UTC (Coordinated Universal Time) gebruikt. Dit voorkomt verwarring over tijdzones bij internationale verbindingen. UTC heet in militair jargon ook wel ZULU time en is praktisch gesproken gelijk aan het oudere GMT (Greenwich Mean Time).
Voorbeeld: 14:00 UTC = 15:00 Nederlandse wintertijd = 16:00 Nederlandse zomertijd
Elke uitzending wordt aangeduid met een klasse van uitzending (ook wel emissiesoort of in het Engels: Class Of Emission, afgekort COE). Dit is een internationaal afgesproken code voor de modulatievorm (FM, AM, enz.) en de technische aard van het modulerende signaal (spraak, data, enz). De code bestaat uit drie tekens: een letter, een cijfer en weer een letter.
Je vindt KVU in officiele documenten. Zendamateurs gebruiken ze onderling nauwelijks - men gebruikt meestal een omschrijving in woorden.
| Letter | Betekenis |
|---|---|
| N | Ongemoduleerde draaggolf (1 frequentie, niets meer) |
| A | Amplitudemodulatie, inclusief CW (dubbelzijband AM) |
| J | Enkelzijband, onderdrukte draaggolf (SSB - de "normale" amateur-EZB) |
| F | Frequentiemodulatie (FM) - veel gebruikt voor spraak, packet radio, fax, RTTY |
| G | Fasemodulatie (PM) - lijkt sterk op FM |
| Cijfer | Betekenis |
|---|---|
| 0 | Geen modulerend signaal (kale draaggolf) |
| 1 | Digitaal, een kanaal, geen hulpdraaggolf (morse, FSK rechtstreeks) |
| 2 | Digitaal, een kanaal, met hulpdraaggolf (bijv. AFSK) |
| 3 | Analoog, een kanaal (spraak, muziek, video) |
| Letter | Betekenis |
|---|---|
| N | Geen informatie |
| A | Morse (handmatig) |
| B | Telegrafie voor automatische ontvangst (RTTY) |
| C | Facsimile (fax) / SSTV |
| D | Data / telemetrie |
| E | Telefonie (spraak) |
| F | Video (televisie) |
| KVU | Betekenis | Toepassing |
|---|---|---|
| A1A | AM, morse, geen hulpdraaggolf | CW (morse) - draaggolf aan/uit |
| A3E | AM, analoog, spraak | AM-telefonie |
| J3E | SSB, analoog, spraak | SSB-telefonie |
| F3E | FM, analoog, spraak | FM-telefonie |
| G3E | PM, analoog, spraak | PM-telefonie |
| F1B | FM, digitaal, telegrafie | RTTY via FM (FSK) |
| F1D | FM, digitaal, data | Packet radio |
| F2C | FM, digitaal met hulpdraaggolf, fax | SSTV via FM |
Bij SSB (enkelzijband) moet je de juiste zijband kiezen. Dit is een internationale conventie die amateurs aanhouden om elkaar niet te storen:
Frequentiebanden kunnen verschillende statussen hebben:
| Status | Betekenis |
|---|---|
| Primair | De amateurdienst heeft voorrang op deze frequentie |
| Secundair | De amateurdienst moet wijken voor primaire gebruikers en mag geen storing veroorzaken |
| NIB (Niet-Interferentie Basis) | Mag geen storing veroorzaken aan andere diensten |
| Band | Frequenties | Max. vermogen | Status |
|---|---|---|---|
| 40 meter (HF) | 7,0 - 7,2 MHz | 100 W | Primair |
| 20 meter (HF) | 14,0 - 14,35 MHz | 100 W | Primair |
| 10 meter (HF) | 28,0 - 29,7 MHz | 100 W | Primair |
| 2 meter (VHF) | 144 - 146 MHz | 25 W | Primair |
| 70 cm (UHF) | 430 - 436 MHz | 25 W | Primair |
| 70 cm (UHF) | 436 - 438 MHz | 25 W | Secundair |
Binnen de toegewezen frequentiebanden gelden bandplannen van de IARU. Dit zijn vrijwillige afspraken over welke modes op welke frequenties worden gebruikt. Bijvoorbeeld: het onderste deel van een band voor CW, daarboven voor digitale modes, en het bovenste deel voor SSB-spraak. Amateurfrequenties zijn nooit prive-eigendom, ook niet van groepen amateurs - stoor dus geen lopende verbindingen.
De belangrijkste Nederlandse regelgeving voor amateurs is de "Regeling gebruik van frequentieruimte met meldingsplicht 2015". Enkele belangrijke bepalingen:
Storingsproblemen zullen niet dagelijks optreden, maar vroeg of laat loopt vrijwel elke zendamateur er tegenaan. Dit vraagt niet alleen technische kennis en inzicht, maar ook sociale vaardigheid. De omgeving kijkt vaak anders tegen de zendhobby aan dan de amateur zelf. Word nooit boos en probeer in redelijk overleg tot een oplossing te komen. Controleer altijd op een voor de klager duidelijke manier of een storing wel of niet bij jou vandaan komt.
Gebruik bij experimenten waarbij de zender moet aanstaan, maar het niet de bedoeling is dat er een verbinding wordt gemaakt, een kunstantenne (dummyload), zodat er geen onnodig signaal wordt uitgestraald.
Toezicht op de amateurdienst wordt gehouden door de Rijksinspectie Digitale Infrastructuur (RDI, voorheen Agentschap Telecom), onderdeel van het ministerie van Economische Zaken.