Hoofdstuk 17: Veiligheid
Dit hoofdstuk behandelt het veilig uitoefenen van de zendhobby. Als zendamateur werk je met elektriciteit en elektromagnetische velden die energie bevatten. Die energie kan in te grote hoeveelheden schadelijk zijn voor de menselijke gezondheid. Zelfbouw is toegestaan zonder keuring, maar dan moet je wel voldoende kennis van veiligheidseisen hebben om jezelf en anderen te beschermen.
1. Basisbegrippen Veiligheid
1.1 Veiligheidsnormen
Moderne apparatuur, verkrijgbaar in Europa sinds 1995, moet voldoen aan veiligheidsnormen. De fabrikant is hiervoor verantwoordelijk en aansprakelijk. Het uitgangspunt is dat apparatuur veilig moet zijn bij normaal gebruik en bij een enkele foutconditie. Een foutconditie is een situatie waarbij een veiligheidsmaatregel door welke oorzaak ook niet goed werkt - bijvoorbeeld een gebroken aarddraad of beschadigde isolatie.
Beschermingsmaatregelen richten zich op:
- De apparatuur - veilig door ontwerp ("safe by design"), bijv. batterijvoeding i.p.v. netspanning. Het gevaar wordt bij de bron aangepakt door het apparaat zodanig te ontwerpen dat het geen gevaar oplevert.
- De omgeving - afscherming, interlock-schakelaars die uitschakelen bij openen. Het apparaat blijft gevaarlijk, maar het gevaar wordt aanvaardbaar klein gemaakt door afschermende maatregelen.
- Gedrag gebruiker - gebruiksaanwijzing, waarschuwingstekens. Gebruikers worden opgeleid in juist en veilig gebruik.
Principe: Veilig door ontwerp heeft altijd de voorkeur boven andere maatregelen. Als dat niet mogelijk is, wordt eerst naar afscherming gekeken, en pas daarna naar waarschuwingen.
1.2 Dubbele afscherming
Examenstof - Belangrijk principe:
Er moeten altijd minstens twee vormen van afscherming zijn tussen gevaar (zoals dodelijke spanning) en gebruiker. Zoals eerder vermeld, moet het apparaat veilig zijn bij normaal gebruik, maar ook in geval van een enkele foutconditie. Met andere woorden: als een maatregel faalt, beschermt de andere nog.
Voorbeeld: dubbel gesoleerd snoer - als de buitenste isolatie kapot gaat, beschermt de binnenste (basisisolatie) nog steeds tegen de gevaarlijke spanning. Dit betekent niet dat je het zo kunt laten; er is dan wel reden om er iets aan te doen!
2. Het Menselijk Lichaam
2.1 Gevolgen van een elektrische schok
Het menselijk lichaam is een bijzonder organisme dat door middel van biologische, chemische en natuurkundige processen functioneert. Die eigenschappen zijn kwetsbaar. Een elektrische stroom door het lichaam bij aanraking met spanningvoerende delen kan deze processen flink verstoren en tot blijvende of zelfs fatale schade leiden. Afhankelijk van het pad dat de stroom door het lichaam volgt, kan zelfs een relatief kleine stroom van enkele mA binnen seconden al dodelijk zijn. Vooral als de stroom via het hart loopt, is het gevaar groot.
2.2 Weerstand van het lichaam
De lichaamsweerstand varieert en de spanning tussen twee aanraakpunten zegt daarom niet alles. Toch gaan veiligheidsnormen meestal uit van spanning, omdat spanningen goed te meten zijn. Om stroom te meten zou je het meetinstrument in de stroombaan moeten zetten, en als die door het lichaam loopt wordt dat lastig en riskant. De lichaamsweerstand varieert door:
- De weg die de stroom door het lichaam volgt
- Het vochtgehalte van de huid (natte huid = lagere weerstand, dus hogere stroom bij dezelfde spanning)
- Beschadigde huid (blaar, schaafwond = lagere weerstand). Het weefsel eronder is dan elektrisch beter bereikbaar.
2.3 Veilige spanningen en stromen
Examenstof - Veilig aanraakbare waarden (droge, intacte huid):
| Soort |
Spanning |
Stroom |
| Gelijkstroom (DC) |
< 60 V |
< 2 mA |
| Wisselstroom (AC, tot 1 kHz) |
< 30 Veff (< 42,4 Vmax) |
< 0,5 mAeff |
Aanraakbare geleidende delen mogen nooit deze waarden overschrijden; niet bij normaal bedrijf en niet in geval van een foutconditie in het apparaat.
Bij hogere frequenties: Bij frequenties boven 1 kHz worden iets hogere spanningen toegestaan. Bij frequenties boven 100 kHz (tot 70 Veff) wordt echter het gevaar van onderhuidse opwarming relevant in plaats van elektrische schok.
2.4 Veiligheidsklassen
Examenstof - De drie veiligheidsklassen:
| Klasse |
Bescherming |
Kenmerk |
| Klasse I |
Basisisolatie + veiligheidsaarde |
Metalen delen verbonden met aarde; bij kortsluiting raakt de gevaarlijke spanning aan aarde, waardoor zekering of aardlekschakelaar afschakelt |
| Klasse II |
Dubbele isolatie |
Geen aardaansluiting nodig; zorgt dat gevaarlijke spanningen niet kunnen worden aangeraakt. Raakt een isolatielaag beschadigd, dan is altijd nog de tweede laag aanwezig. Symbool: vierkant in vierkant |
| Klasse III (SELV) |
Veilige laagspanning |
< 30 Veff AC of < 60 V DC; bijv. batterijgevoed apparaat of extern met laagspanning (13,5 V DC) gevoed, zoals verreweg de meeste moderne zend-ontvangers |
SELV = Safety Extra Low Voltage
2.5 Aarding (Klasse I)
Bij Klasse I-apparatuur is aarding essentieel. Het principe is dat als een gevaarlijke spanning per ongeluk aan een aanraakbaar metalen deel komt (door een defect), de stroom via de aarddraad wegloopt in plaats van door jou. Doordat er dan een hoge stroom loopt, schakelt de zekering of aardlekschakelaar het apparaat af. Eisen aan aarding:
- Deugdelijk en duurzaam
- Moet de volle kortsluitstroom kunnen geleiden zonder beschadigd te raken
- Weerstand van aanraakbaar metaal naar aardpunt: < 0,1 Ω (een te hoge overgangsweerstand zou een te hoge spanning kunnen genereren)
- Minimale draaddoorsnede: 2,5 mm
- Kleur aarddraad: geel/groen
- Gebruik tandringen/veerringen tegen lostrillen; popnagels zijn minder geschikt
- Alle metalen delen zijn verbonden met een centraal aardpunt
Aardingssymbolen:
- Veiligheidsaarde: (IEC 60417-5017 en -5019) - beschermt tegen elektrische schok bij Klasse I-apparaten
- Functionele aarde: met halve cirkel (IEC 60417-5018) - voor EMC (afvoeren van stoorsignalen) of antenne-aarding, geen veiligheidsfunctie! Reken bij dat symbool dus niet op bescherming bij kortsluiting.
2.6 Geladen condensatoren
Gevaar - Geladen condensatoren:
Na uitschakelen kunnen condensatoren (vooral elektrolytische condensatoren of "elco's" in voedingen, gebruikt voor afvlakking) nog geruime tijd een gevaarlijke spanning vasthouden! Als je in een werkend apparaat de stekker uit de wandcontactdoos trekt, kan tussen beide poten nog enige tijd gelijkspanning aanwezig zijn door opgeladen condensatoren. Bij onbedoelde aanraking vindt de ontlading dan via jouw lichaam plaats.
- Moderne apparatuur: spanning moet binnen 1 seconde naar veilig niveau zakken
- Dit wordt bereikt met een bleederweerstand (ontladingsweerstand) parallel aan de condensator
- Bij oudere apparatuur: altijd eerst condensatoren ontladen door de elektroden kort te sluiten voordat je aan het apparaat werkt
3. Netvoeding
3.1 Huisaansluiting
De voorschriften voor de aanleg van een huisinstallatie vallen in Nederland onder NEN 1010. Vanuit het transformatorstation lopen vier kabels naar de verbruikers (drie fasen en een nul). In de meeste huishoudens is alleen de N (Nul) en een van de fasen (L1, L2 of L3) beschikbaar. De huisaansluiting bestaat uit:
- Fase (L) - de "actieve" geleider met wisselspanning
- Nul (N) - retourleiding, verbonden met aarde bij transformatorstation. Dit bespaart koper.
- Aarde (PE) - veiligheidsaarde, via aardpen (sinds 1975 gebruikelijk bij nieuwbouw, meestal 6 meter diep, soms tot 30 meter afhankelijk van de bodemgesteldheid) of vroeger via het waterleidingnet
Let op: Aanraken van de fasedraad is levensgevaarlijk! Ook de nuldraad kan spanning voeren door spanningsverlies over de kabelweerstand. Bovendien weet je bij een stopcontact niet welke pool de fase is - de stekker kun je in Nederland op twee manieren in de wandcontactdoos steken!
3.2 Kleurcodering draden
Examenstof - Draadkleuren (sinds 1970):
| Geleider |
Kleur (huidig) |
Kleur (voor 1970) |
| Fase (L) |
Bruin |
Groen |
| Nul (N) |
Blauw |
Rood |
| Aarde (PE) |
Geel/groen |
Wit of grijs |
| Schakeldraad |
Zwart |
- |
Bij oudere installaties (voor 1970) kunnen dus andere kleuren voorkomen. Wees hier alert op!
3.3 Beveiligingen in de huisinstallatie
- Overstroombeveiliging: zekeringsautomaat of smeltzekering ("stop"), max. 16A per groep. Voorkomt oververhitting en brand.
- Aardlekbeveiliging: verplicht sinds 1976, schakelt af bij lekstroom naar aarde
- Randaarde: verplicht in alle ruimten sinds 1996. Daarvoor alleen in "natte" ruimten (keuken, badkamer, berging). Er zijn nog steeds huisinstallaties waarin deze maatregel deels of helemaal ontbreekt.
- Hoofdzekering: 25-40A, beschermt de aanvoerkabels naar de woning. Kan niet door de gebruiker vervangen worden; hiervoor is contact met de netbeheerder nodig.
Keten van beveiliging: Er is sprake van een keten waarbij de zwakste schakel (de zekering het dichtst bij de storing) bij een kortsluiting het eerste breekt. Zo wordt de rest van de installatie beschermd.
3.4 Aarding in de shack
Om alle apparaten in de shack op dezelfde potentiaal te brengen:
- Breng een centrale aardgeleider aan (bijv. koperen staaf met geboorde en getapte gaten)
- Verbind elk apparaat met 2,5 mm draad of aardlitze (gevlochten koperen kabel)
- Verbind de staaf op een punt met veiligheidsaarde
- Overweeg een noodstop (grote rode knop) om de hele shack direct stroomloos te maken - in geval van nood kan dit een levensredder zijn!
HF-aarde vs. veiligheidsaarde:
Veiligheidsaarde is niet hetzelfde als HF-aarde. Bij de netfrequentie van 50 Hz speelt zelfinductie nauwelijks een rol. Bij HF wel! Een rechte draad van 1 meter heeft een zelfinductie van ongeveer 0,12 uH. Een 10 meter lange aarddraad heeft dan een zelfinductie van ongeveer 1,2 uH. Bij 10 MHz betekent dit al ~75 Ω reactantie - net iets meer dan de impedantie van een dipool voor die frequentie. De aarddraad wordt dan eerder een sperfilter dan een afvoer voor stoorsignalen.
HF-aarde is alleen nodig als HF-velden problemen veroorzaken op de aarding in de shack. Bij de meeste amateurs is dit niet aan de orde.
3.5 Zekeringen
Examenstof - Soorten zekeringen:
| Type |
Aanduiding |
Toepassing |
| Traag (T) |
bijv. 6,3AT |
Apparaten met hoge inschakelstroom (voorkomt onnodig doorsmelten bij inschakelen). De vertraging voorkomt dat de zekering smelt bij de kortstondige piekstroom tijdens het inschakelen. |
| Snel (F) |
bijv. 2AF |
Gevoelige elektronica die snel beschermd moet worden |
De smeltzekering werkt op het principe van verhitting van een dunne metalen draad door stroomdoorvoer, waarbij de draad na verloop van tijd smelt en zo het circuit onderbreekt. De smeltdraad zit in een cilindrische huls van isolerend materiaal (glas of keramiek).
Na doorsmelten van een zekering:
- Er is met zekerheid een storing opgetreden - in de meeste gevallen is er een probleem met de elektronica en zal alleen vervangen van de zekering het probleem niet oplossen
- Nooit een hogere waarde plaatsen dan gespecificeerd!
- Maak het apparaat eerst spanningsloos (stekker eruit) voordat je gaat zoeken
- De zekering kan in de nulgeleider zitten (50% kans, omdat je de stekker kunt omdraaien) - fase is dan nog aangesloten!
- Let op opgeladen condensatoren
4. Hoge Spanning
Bij hoge spanningen (bijv. buizenversterkers met honderden volts tot kilovolts) is het gevaar nog groter dan bij netspanning. De netspanning wordt vaak omhooggetransformeerd naar vele honderden volts of zelfs kilovolts die na gelijkrichting en afvlakking worden gebruikt om versterkerbuizen van spanning te voorzien.
4.1 Gevaren
- Dodelijk gevaar - veel groter dan bij netspanning
- Geladen condensatoren - kunnen lang na uitschakelen nog gevaarlijke spanning houden; bij onbedoelde aanraking vindt de ontlading via het lichaam van het slachtoffer plaats
- Vonkoverslag - bij onvoldoende afstand tussen geleiders en aarde kan door te geringe afstand een geioniseerd pad ontstaan waardoor de stroom kan overslaan
- Vlamboog - bij gelijkspanning kan een vlamboog blijven staan nadat door vonkoverslag een geioniseerd pad is ontstaan, ook nadat de spanning zakt. Bij wisselspanning speelt dit minder omdat door het ompolen van de 50 Hz-spanning de boog periodiek dooft.
4.2 Veiligheidsmaatregelen
- Plaats bleederweerstanden parallel aan grote condensatoren voor ontlading
- Scherm voeding en versterker af met geaard metalen scherm
- Zorg voor voldoende afstand tussen spanningvoerende delen en het scherm (tegen vonkoverslag)
- Ontlaad condensatoren altijd door kortsluiten voordat je aan het apparaat werkt
- Bedenk dat de meeste kunststoffen slecht bestand zijn tegen warmte en al bij 120 graden C of lager beginnen te verweken
5. Bliksemontlading
5.1 Gevaar
Jaarlijks ~100.000 blikseminslagen in Nederland. Bliksem is een elektrische ontlading die ontstaat als gevolg van opbouw van statische elektriciteit in hogere luchtlagen. Warme en vochtige lucht stijgt snel op door opwarming aan het aardoppervlak. Hierdoor koelt deze af en vindt water- en ijsvorming plaats, waarbij statische elektriciteit opbouwt. Uiteindelijk vindt de opgebouwde potentiaal een pad naar aarde - eerst via een kleine stroom door geioniseerde lucht, dan stapsgewijs maar razendsnel groter:
- Potentiaalverschil: enkele miljoenen volts (MV)
- Stromen bij directe inslag: 10 - 100 kA binnen enkele microseconden
- De stroom zoekt de weg van de minste weerstand naar aarde
- Jaarlijkse schade in Nederland: ~25 miljoen euro
- Een directe inslag kan bovendien brand veroorzaken
Let op: Bliksem heeft een voorkeur voor hoge, spitse, metalen objecten met aardverbinding. Antenne-installaties voldoen hier precies aan!
5.2 Bescherming
- Externe bliksembeveiliging door een professioneel bedrijf laten plaatsen. Dit biedt een direct laagohmig en laaginductief pad naar aarde. Bliksembeveiligingen moeten aan installatie-eisen voldoen en gekeurd zijn om verzekeringstechnisch uit de voeten te kunnen. Het zelf aanbrengen is niet voor amateurs weggelegd.
- Aarding bliksembeveiliging gescheiden houden van veiligheidsaarde. Bij een voltreffer kunnen tientallen kA door de bedrading lopen. Zelfs bij een lage weerstand van 1 Ω loopt de spanning dan gemakkelijk op tot 100 kV met funeste gevolgen voor alle aanwezige elektronica!
Examenstof - Vuistregel bij onweer:
Koppel antennepluggen los van transceivers en ontvangers, en trek netstekkers uit het stopcontact!
6. Werken op Hoogte
(Geen exameneis, wel aanbevolen kennis)
Antennewerk betekent vaak werken op hoogte. Jaarlijks zijn er in Nederland zo'n 2000 gevallen met dodelijke afloop door hoogte-ongelukken (dat is 3,5 keer meer dan verkeersslachtoffers!). En als je een val overleeft, kunnen de gevolgen langdurig of zelfs permanent zijn. Het gaat om een door velen onderschat risico. Belangrijke veiligheidsregels:
- Ladders en trappen zijn alleen bedoeld om op hoogte te komen, niet om vanaf te werken. Veilig werken kan eigenlijk alleen vanaf een deugdelijke steiger of vanuit een hoogwerker.
- Ladder max. 75 graden met de grond, min. 1 meter boven rand uitsteken
- Niet werken bij windkracht > 6
- De ladder moet tegen zijdelings wegglijden/wegzakken beschermd zijn
- Reikwijdte vanaf de ladder is maximaal 1 meter
- Bij klimmen in mast of werken op dak: altijd valbescherming (aanlijning, veiligheidsharnas met geldige keuring)
- Houd het aanlijntouw op spanning, eventueel met een assistent op de grond
- Schakel spanningvoerende delen (antennes) altijd uit en beveilig tegen onbedoeld inschakelen
- Werk bij voorkeur met een assistent op de grond. Langdurig hangen in een veiligheidsharnas kan afknellingen veroorzaken.
- Werk alleen met voldoende omgevingslicht en als je voldoende uitgerust bent
7. Samenvatting
Kernpunten voor het examen:
- Dubbele afscherming: altijd twee vormen van bescherming tussen gevaar en gebruiker
- Veilige spanning DC: < 60 V
- Veilige spanning AC: < 30 Veff (< 42,4 Vmax)
- Klasse I: basisisolatie + veiligheidsaarde
- Klasse II: dubbele isolatie, symbool vierkant in vierkant
- Klasse III (SELV): veilige laagspanning (< 30 Veff AC of < 60 V DC)
- Aarddraad: geel/groen, min. 2,5 mm, weerstand naar aardpunt < 0,1 Ω
- Draadkleuren: fase = bruin, nul = blauw, aarde = geel/groen
- Geladen condensatoren: blijven gevaarlijk na uitschakelen - bleederweerstand of kortsluiten!
- Trage zekering (T): voor apparaten met hoge inschakelstroom
- Na doorsmelten: eerst spanningsloos maken, nooit hogere waarde plaatsen
- Hoge spanning: extra gevaarlijk, ontlaad condensatoren, gebruik bleederweerstanden
- Bij onweer: antennes loskoppelen, netstekkers eruit!
- Bliksembeveiliging: aarding gescheiden van veiligheidsaarde