Hoofdstuk 11: Digitale Techniek

Dit hoofdstuk behandelt de basis van digitale techniek: het verschil tussen analoog en digitaal, het binaire stelsel, en de omzetting tussen analoge en digitale signalen.

1. Analoog versus Digitaal

Tot nu toe ging deze cursus over analoge techniek. Tegenwoordig wordt analoog vaak gezien als het tegendeel van digitaal.

Analoog
Digitaal
Voorbeelden van digitale signalen in het dagelijks leven:

2. Het Binaire Stelsel

2.1 Waarom tien cijfers?

Het woord digitaal komt van het Latijnse digitus (vinger). Wij rekenen met 10 cijfers (0-9) omdat we 10 vingers hebben. Dit heet het decimale of tientallige stelsel.

Voorbeeld: 3087 = 3 × 1000 + 0 × 100 + 8 × 10 + 7 × 1

2.2 Het tweetallige (binaire) stelsel

Het binaire stelsel gebruikt alleen de cijfers 0 en 1. Dit sluit perfect aan bij digitale elektronica.

Examenstof - Binair rekenen:
Decimaal Binair Uitleg
0 0 -
1 1 -
2 10 1×2 + 0×1
3 11 1×2 + 1×1
4 100 1×4 + 0×2 + 0×1
10 1010 1×8 + 0×4 + 1×2 + 0×1
Waarom binair in elektronica?

2.3 Bits en overdracht

Examenstof - Bit:

Een binair cijfer heet een bit (van binary digit).

Binaire getallen kunnen op twee manieren worden overgebracht:

3. Omzetting Analoog ↔ Digitaal

3.1 Digitaliseren (ADC)

Bij digitalisering wordt een analoog signaal op vaste tijdstippen bemonsterd (gesampled). Elke meetwaarde wordt omgezet naar het dichtstbijzijnde binaire getal.

Examenstof - Digitalisering:

3.2 ADC en DAC

Examenstof - Converters:
Afkorting Voluit Functie
ADC Analoog naar Digitaal Converter Zet analoog signaal om naar digitale waarden
DAC Digitaal naar Analoog Converter Zet digitale waarden terug naar analoog signaal
Let op: Bij terugzetting van digitaal naar analoog blijft de trapjescurve intact. De oorspronkelijke vloeiende curve komt er nooit 100% ongeschonden uit.

4. Samenvatting

Kernpunten voor het examen: