Hoofdstuk 2: Basiskennis

Exameninfo: Bij het examen krijg je een Casio fx-82NL rekenmachine te leen. Eigen rekenmachine niet toegestaan. Gemiddeld enkele minuten per vraag.

SI-Eenhedenstelsel

Het SI-stelsel (Système International d'unités) is het internationale eenhedenstelsel, in Nederland sinds 1978 het enige toegelaten stelsel.

Basiseenheden

Grootheid Eenheid Symbool
Lengte meter m
Massa kilogram kg
Tijd seconde s
Elektrische stroom Ampère A
Temperatuur Kelvin K
Let op: Eenheden naar personen vernoemd worden afgekort met hoofdletter (A voor Ampère, K voor Kelvin), andere met kleine letter (m, s, kg).

Voorvoegsels (Cruciaal!)

Examenstof! Ken deze voorvoegsels en hun machten van 10 uit je hoofd.
Voorvoegsel Symbool Factor 10n
tera T 1 000 000 000 000 1012
giga G 1 000 000 000 109
mega M 1 000 000 106
kilo k 1 000 103
- - 1 100
milli m 0,001 10-3
micro μ 0,000 001 10-6
nano n 0,000 000 001 10-9
pico p 0,000 000 000 001 10-12
Ezelsbruggetje:

Voorbeelden omrekenen

Van Naar Berekening
5 MHz Hz 5 × 106 = 5 000 000 Hz
2,4 GHz MHz 2,4 × 103 = 2400 MHz
100 pF nF 100 × 10-3 = 0,1 nF
47 kΩ Ω 47 × 103 = 47 000 Ω

Machten van 10

De exponent (macht) geeft aan hoeveel nullen er zijn:

10n = 1 gevolgd door n nullen (positief)
10-n = 0, gevolgd door (n-1) nullen en dan 1

Voorbeelden:

Rekenen met machten

Bewerking Regel Voorbeeld
Vermenigvuldigen Exponenten optellen 103 × 102 = 105
Delen Exponenten aftrekken 106 / 102 = 104
Machtsverheffen Exponenten vermenigvuldigen (103)2 = 106

Afgeleide Eenheden

Combinaties van basiseenheden vormen afgeleide eenheden:

Grootheid Eenheid Symbool Afgeleid van
Oppervlakte vierkante meter m2 m × m
Snelheid meter per seconde m/s m / s
Lading Coulomb C A × s (= As)
Accucapaciteit Ampère-uur Ah A × h
Omrekening: 1 Ah = 3600 As = 3600 C = 3,6 kC

Grafieken Aflezen

Examenstof! Het kunnen aflezen van grafieken is vereist voor het N-examen.

Bij grafieken letten op:

Voorrangsregels (Meneer Van Dansen)

Volgorde van bewerkingen:

  1. Haakjes - eerst uitrekenen wat tussen haakjes staat
  2. Machten en wortels
  3. Vermenigvuldigen en delen (van links naar rechts)
  4. Optellen en aftrekken (van links naar rechts)

Samenvatting Kernpunten

Onthoud voor het examen: